In mijn vorige blog vertelde ik over mijn ontmoeting met kunstenaar William Otermans. Als een echo uit het verleden was hij – vrijwel uit het niets – weer actueel. Maar waarom eigenlijk?

Allereerst natuurlijk vanwege zijn werk. Dat intrigeert me. Het vraagt wat van je, zo vol vuur en vreugde als het zich aan je openbaart. Het is enorm potent. Ik begrijp best dat zijn doeken op sommige mensen een mystieke invloed hebben. Maar minstens evenzeer raakte ik geïntrigeerd door de opdracht die hij zichzelf stelt. Zijn kunst staat niet op zichzelf, maar dient een doel. Hij streeft dat psychologische effect nadrukkelijk na. Daarom wijdt hij zich sinds twaalf jaar geheel aan de kunst. Otermans wil de drie-eenheid kunst-wetenschap-spiritualiteit in ons (en zichzelf) tot leven brengen. 

Staat hij daarmee in een traditie? Ja en nee. Hij voelt zich allerminst thuis in officiële kunsthistorische indelingen. Die zijn louter op techniek gebaseerd en niet op die triniteit. Maar als de techniek buiten beschouwing wordt gelaten, voelt hij wel degelijk aansluiting op een traditie. Otermans rekent Rembrandts Nachtwacht net zo tot de abstracte kunst als dat van Mark Rothko en zijn eigen werk. Alleen oppervlakkig (technisch) beschouwd is De Nachtwacht figuratief. Maar Rembrandt’s – destijds schandalig rommelige – schuttersstuk toont impliciet ook een dwarse kijk op de zeventiende eeuwse wereld om hem heen. Die diepere non-figuratieve, niet-technische laag is volgens Otermans een bewijs voor Rembrandts connectie met het niet-benoembare abstracte veld waar energie stolt en waar beheersing van de techniek ondergeschikt is. 

Om Otermans’ triniteit beter te begrijpen, mag je de component wetenschap ook oprekken tot ‘vernieuwing’. De grootste kunstvernieuwers staan zó direct in contact met het abstracte dat zij hun tijd ver vooruit zijn. Diepgelovig mens, kunstenaar en wetenschapper Da Vinci schetste vliegmachines en contactlenzen. “Kunst moet impulsen van gene zijde zichtbaar maken. Wie dat kan, is een meester. Of hij nou schildert of muziek maakt.” William somt de componisten op die het hogere hoorbaar maken in hun muziek. Bach, die vond dat muziek tot Gods eer behoort. Prince, voor wie muziek de beste manier was om bij God te komen. “Wie blijft hangen in techniek bereikt de diepere lagen niet. Pas als je je openstelt voor wat de kunstenaar bedoeld heeft, zal zijn werk je berijken.” Dus zullen de technisch volmaakte doeken uit Chinese kunstfabrieken ons niet berijken.

Hoe gaat dat in zijn werk als William zelf schildert? Op Pinkpop vroeg de tourmanager van Muse of hij een doek van hen wilde maken. Tijdens hun optreden stond hij zó dicht bij de band dat hij volledig werd meegezogen in hun dampende energie. Hij is toen direct in zijn backstage container gaan schilderen. “This is definitely Muse!” zei die tourmanager na afloop over Williams abstracte schilderij. “De heilige geometrie uit dat schilderij voel ik ook als ik naar Mozart luister.” 

Muse,  Pinkpop 2007

acryl op linnen150 x 100 cm2007

Met fanfare St. Gabriël maakte Otermans drie schilderijen ten behoeve van hun veranderproces: twee voor de bewustwording en één over de nieuwe weg die men moest inslaan.

Vanmiddag was William bij mij op kantoor. Hij had me gevraagd voor een intake van een half uur. Zo kon ik ervaren hoe hij een ‘multidimensionaal energieportret’ maakt. Dat portret ontleent zijn kracht straks niet aan techniek. Een energieportret gaat immers over energie. Die wilde hij nu opwekken. Ik hoefde dus niet te poseren. Aan Williams feitelijke schilderen gaat meestal een meditatie vooraf. Ik sloot mijn ogen. Ik rook wierook en hoorde Oosterse muziek. Na een half uur vroeg hij me mijn ogen weer te openen. Hij had intussen een paar woeste krabbels op papier gezet. Vanuit mijn ooghoeken leken die in niets op mij. Hij gaat nu ons halve uur en de daarin opgewekte energie verder laten gisten. Over een tijdje zal de energie weer vrijkomen. En als gevolg daarvan zal mijn portret zich aan hem opdringen. Ik ben reuze benieuwd of mij dan ook zo’n diep-persoonlijke ervaring ten deel zal vallen. Ik zie uit naar onze volgende ontmoeting.


Martijn Kagenaar (1968, Nijmegen) is psycholoog. Als directeur bij het Maastrichtse bureau Zuiderlicht is hij gespecialiseerd in identiteit, merkpositionering en strategisch design.Richtte PechaKucha Maastricht op en is voorzitter van Debatcentrum Sphinx en Lichting Zuid. Houdt van fiets, film, foto en fantastische muziek.


Blog delen?